Een jongedochter bezwangerd, 1796

Bekentenis Willem Vermeulen 8 mei 1796

Een jonge vrouw die per ongeluk zwanger raakt: het is van alle tijden. Hier een geval uit 1796. Een soldaat bekent dat hij een eerzame dochter bezwangerd heeft. Hij doet schijnbaar zijn best om zijn verantwoordelijkheid te nemen. Wat schrijft hij in dit briefje, en hoe is het afgelopen?

De context: soldaten in Klundert

De kwestie speelt zich af in de Klundert, een kleine vestingstad die tegenwoordig in Noord-Brabant ligt. In een vestingstad zullen soldaten altijd een normaal onderdeel van het leven zijn geweest. En zeker in die tijd, vlak na de Bataafse Revolutie. Die wordt natuulijk ook de Fluwelen Revolutie genoemd, omdat er zeker in vergelijking met de Franse Revolutie relatief weinig bloed is vergoten. Maar helemaal zonder geweld is het niet verlopen. Onder andere in 1793 en 1794 is er flink gevochten ook bij de Klundert.

Belegering van de Willemstad 1793

Hier een beeld van de belegering van het naburige Willemstad in 1793. Zo moet het er bij de Klundert ook aan toe gegaan zijn. In 1796 was de rust wel weer teruggekeerd. Men sprak inmiddels al van ‘het 2e jaar van de Bataafse Vrijheid’. Maar het nieuwe leger van de Bataafse Republiek bleef paraat, en daarnaast bleven er veel Franse soldaten aanwezig.

Twee militairen van de 7e Halve Brigade van het Bataafse leger

Twee militairen van de infanterie, 7e Halve Brigade van het Bataafse leger

Het document: de bekentenis van soldaat Willem Vermeulen

Het briefje is geschreven door Willem Vermeulen, soldaat in de 7e Halve Brigade (4e compagnie, 3e bataljon). Het is gedateerd 8 mei 1796. Hij bekent dat hij ‘de eerzame dochter’ Lammertje de Heer heeft bezwangerd. Hij wil haar graag in haar eer herstellen, dat wil zeggen, hij zou met haar willen trouwen. Maar daarvoor heeft hij toestemming nodig van zijn superieuren: een soldaat mag niet zomaar trouwen terwijl hij in actieve dienst is. (Een soldaat die al getrouwd is, is niet zo’n probleem: vaak reisden vrouw en zelfs kinderen met het leger mee!). Dit briefje schrijft hij aan het gemeentebestuur van Klundert. De vader van Lammertje leeft niet meer, en hij vraagt het gemeentebestuur om voor haar op te komen in diens plaats.

Spelling was in de 18e eeuw nog niet zo vastgelegd als nu, dus je ziet altijd veel variatie. Maar Willem’s spelling van het woord voor gemeentebestuur dat sinds de revolutie in zwang was gekomen, municipaliteit, vind ik wel erg origineel: ‘menieziepalieteijt‘. Het was ook zo’n nieuw woord dat hij het op school niet geleerd zal hebben.

Brief van het gemeentebestuur van de Klundert

In dezelfde map correspondentie in het West-Brabants Archief (zie bij bronnen) zit ook het concept van de brief die het gemeentebestuur naar aanleiding van deze kwestie naar Willem’s superieuren heeft gestuurd, op 29 mei 1796. De aanhef past mooi bij de revolutionaire tijd: “Medeburgers“! Ze vragen om Willem verlof te geven om met Lammertje te trouwen. “Wij hebben vernomen dat die twee persoonen zeer op elkanderen gezet zijn.” Ze prijzen ook nog het “braaf gedrag” van het detachement in de stad, en van deze soldaat in het bijzonder. “En wij verwagten dat uwlieder menschlievenheid en menschenkennis wel alles hier omtrent zullen toestaan wat mogelijk is of kan gemaakt worden.”

Afloop

Via de website wiewaswie is snel op te zoeken hoe de zwangerschap afgelopen is. Lammertje de Heer was zelf gedoopt in Klundert op 27 december 1778, en dus 17 jaar oud tijdens haar zwangerschap. En in datzelfde doopregister staat op 7 augustus 1796 de doop van haar zoon : Willem Cornelis. “Volgens opgaav der moeder geboren den 15 July 1796 in onegt soo als de moeder segt.” Als vader staat vermeld Willem Vermeulen, “soldaat in het 3e bataljon van de 7e Halve brigade onder de vierde compagnie in dienst van desen lande.”

Doopakte van Willem Cornelis Vermeulen, 7 augustus 1796

Gelukkig is de zwangerschap dus goed afgelopen voor moeder en zoon. Maar dat wil zeggen dat de zwangerschap in mei 1796 al ver gevorderd moet zijn geweest. En dat het huwelijk niet door is gegaan. Waarom niet? Ik heb geen verdere correspondentie kunnen vinden. Ik wil nog een keer terug naar het West-Brabants Archief om de notulen van het gemeentebestuur uit die tijd door te lezen – maar dat moet wachten tot na de corona-lockdown. Ook na de bevalling is Lammertje de Heer niet getrouwd: in 1810 krijgt ze, nog steeds ongetrouwd, een dochter, dit keer zonder opgave van de naam van de vader. Ze overlijdt in oktober 1811 op 32-jarige leeftijd.

Het is me niet goed gelukt om verdere informatie over de soldaat Willem Vermeulen te vinden, ondanks alle mogelijkheden om (online) de stamboeken van het Bataafse Leger te doorzoeken via het Nationaal Archief. De naam is veel te doorsnee: er staan maar liefst 3 mannen onder die naam vermeld in de stamboeken. Misschien is het de Willem Vermeulen die in 1799 op 47-jarige leeftijd nog eens bijtekende voor 6 jaar, in ieder geval in het 3e bataljon? Deze Willem staat geregistreerd als een ‘Roomse’ zilversmid, afkomstig uit Rotterdam, met blond haar en blauwe ogen. Maar het blijft gissen voor me.

En zou het dezelfde Willem Vermeulen zijn die op de website van Peter Koning vermeld wordt? Op die webpagina staat dat in het doopregister van Deventer op 6 november 1800 ook een onecht kind wordt vermeld van een Willem Vermeulen, soldaat in de 7e Halve Brigade. Helaas is dat doopregister nog niet online in te zien voor zover ik kan vinden. Dus ook het Stadsarchief Deventer staat op mijn lijstje om te bezoeken als de coronamaatregelen dat straks toelaten.

Met een beetje geluk en vasthoudend zoeken heb ik wel gevonden hoe het afgelopen is met de zoon van Lammertje en Willem. Deze zoon Willem Vermeulen is in de voetsporen getreden van zijn vader: hij was fuselier in het 1e bataljon, 5e regiment infanterie, toen hij op 17-jarige leeftijd [? dat moet eigenlijk 18 jaar zijn] overleed in het militair ziekenhuis in de Korte Zijlstraat in Haarlem, op 25 november 1814.

Overlijdensregister Willem Vermeulen 1814

Weet je meer van deze personen? Ken je beter de weg in de militaire stamboeken? Ik hoor graag meer, laat een reactie achter.

Verder lezen

Bronnen

Photo pregnant woman by Arteida MjESHTRI on Unsplash

Klapperlieden in Arnhem, 1727

Voorblad pamflet klapperlieden in Arnhem 1727

Ook in de 18e eeuw probeerde het gemeentebestuur te zorgen voor de veiligheid van haar burgers. Er werden mannen aangesteld om ’s nachts de ronde te doen in de straten: de klapperlieden, of kleppermannen. De boa’s van de 18e eeuw.

De context: de klepperman

De klepperman of klapperman werd aangesteld om ’s nachts de ronde te doen door de straten. Hij riep ieder uur de tijd om, bij het klappen van de klepper. Maar vooral was het zijn taak om problemen voor te zijn. Hij controleerde of de straatlantaarns werkten, en of iedereen die op straat liep ’s nachts zelf ook een lantaarn bij zich had. Dat was verplicht. Dieven en ander gespuis kon hij aanhouden en naar de wacht op het raadhuis brengen. En bij brand sloeg hij alarm en hielp de brandweer bij het blussen. In steden waren meestal meerdere klapperlieden in dienst, die ieder hun eigen ronde liepen. Door luid met de klepper te klepperen konden ze alarm slaan en de andere klapperlieden, de wachters, de brandweer en de rest van de burgers te hulp roepen. Het salaris van de klepperman werd bijeengebracht door een speciale belasting onder de bevolking van de gemeente: het klappergeld.

Klepperman met zijn klep, Amerongen, rond 1920. Foto uit filmfragment van het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid.
Klepperman in Amerongen rond 1920, still uit film van het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid

Voor zover ik kan vinden in een snelle zoektocht online stammen de eerste vermeldingen van kleppermannen uit de 17e eeuw, en waren de laatste kleppermannen in functie in de jaren ’20 van de 20ste eeuw. Er is een mooi film-fragment van een klepperman in Amerongen, in 1920 (het fragment gaat nog door na het beeld van de wegrennende jongens). In scene gezet, want hij liep normaal gesproken natuurlijk alleen ’s nachts langs de straten. En helaas zonder geluid, dus je hoort niet het klappen. Maar ik kan me zo voorstellen dat de klapperlieden in Arnhem in 1727 er niet veel anders bijliepen.

Het document: instructie voor de klapperlieden binnen de stad Arnhem 1727

In dit pamflet (zie in de bijlage de complete tekst) staan alles instructies voor de acht klapperlieden aangesteld door de gemeente Arnhem in 1727, uiteengezet in 23 artikelen. Het uur waarop hun werk begint en eindigt, in de verschillende jaargetijden. Hun gage: 120 gulden per jaar, plus elke 3 jaar kleding ‘als vanouds’. En ze moesten vooral ‘nuchter en onbeschonken’ zijn.

Artikel III uit het pamflet Instructies Klapperlieden

Hun taken staan goed omschreven: hoe vaak ze moeten klepperen en waar ze allemaal op moeten letten. Plus instructies wat ze moeten doen als ze verdachte personen zien. Bij kleine baldadigheden als schreeuwen, of als iemand geen licht bij zich heeft, mogen ze volstaan met een waarschuwing geven, en de volgende ochtend de naam van de persoon aangeven bij de burgemeester (blijkbaar was de stad nog klein genoeg dat een beetje klepperman de meeste mensen van naam kende). Maar als het gaat om dieven of bijvoorbeeld personen die ‘ijzer of houtwerk van de goten wringen’, dan mochten ze dat vooral niet oogluikend toestaan: zulke personen moesten gelijk opgepakt worden en naar de wacht in het raadhuis gebracht worden. Nog een taak waar ze zich nuttig bij konden maken: als het vroor, moesten ze ’s nachts regelmatig de publieke pompen gebruiken, zodat die zo lang mogelijk niet dicht vroren.

Artikel V pamflet instructies klapperlieden

Ze mochten geen klompen of schoenen met houten zolen dragen – vanwege het lawaai, en ook omdat hen dat te langzaam zou maken om een dief achterna te zitten. Dat klepperen ieder uur, plus het omroepen van de tijd, zal niet iedereen prettig gevonden hebben voor een goede nachtrust. In het 4e artikel staat expliciet gemeld dat een klepperman geen straat zomaar mag overslaan, ook niet op een verzoek van een bewoner, ‘’t zy op voorwendzel van ziekte of anders’, tenzij de burgemeester daar toestemming voor geeft.

Trouwregister 1727 Jan van Munster en Evertje Mellegers
Trouwregister 1736 Henrik Witvelt en Maria van Kreel

En wat het helemaal tot leven wekt: er staan meerdere namen vermeld in het document. De binnenstad van Arnhem werd verdeeld in vier kwartieren, en er worden twee klapperlieden toegewezen aan ieder kwartier. Ook staan er namen van eigenaren van huizen in Arnhem, als aanduiding van de route. Ik heb de namen onder aan deze blog uitgetypt, in de hoop dat iemand die zijn voorouder googlet zomaar hier terecht komt en het document vindt. Bij een snelle zoektocht heb ik ook twee van de namen gevonden via wiewaswie.nl – maar pin me hier niet op vast. Er is een Jan van Munster die in oktober 1727 in Arnhem trouwt met Evertje Mellegers, en werd begraven in 1746. En een Hendrik Witvelt die voor de tweede keer (als weduwnaar van Maria van Gulik) trouwt met Maria van Kreel in 1736, en sterft in 1758. Om echt te bewijzen dat deze mannen de klapperlieden waren is wel wat meer werk nodig, denk ik. Maar dat is niet de bedoeling van deze blog.

Detail uit plattegrond van Arnhem door Hattinga 1751

En dan nog: waar liepen de klapperlieden nou precies? Het staat van straat tot straat beschreven. Ook hier voert het te ver voor mij hier om het helemaal uit te zoeken. Maar om even bij Jan Munster en Hendrik Witvelt te blijven: zij liepen door het noordelijke deel van de stad. Ze startten aan ‘het Land van de Markt’ (de blauwe ruit), kwamen onder andere op de St Jans Plaats (groene ruit) en eindigden aan de Velperpoort (oranje ruit). Hierboven op de prachtige plattegrond van Hattinga uit 1751, hieronder op een moderne plattegrond van stadindex.nl.

Moderne plattegrond Arnhem van Stadindex

Zoals hoort bij een interessant stuk roept het nog veel meer vragen op. Heb jij meer informatie over deze personen? Ken je Arnhem goed en kun je beter wijs uit de omschreven rondes? Of weet je bijvoorbeeld wat er bedoeld wordt met de ‘bijslag’ van de kuiper, of met ‘pierenzoekers’ (zie artikel VII)? Ik hoor het erg graag. Laat een reactie achter onder aan deze pagina!

Genoemde klapperlieden in Arnhem 1727
  • Willem van Heusden
  • Ruth Tuysman
  • Hendrik Martens
  • Anthony Blaauw
  • Jan Munster
  • Hendrik Witvelt
  • Erasmus ten Westen
  • Evert Nes
Andere namen in het document:
  • kuiper Hermannus van Renssen (in de Broerenstraat)
  • Burgemeester Spoltman (in de Vijselstraat)
  • Abraham Dankfoort (hoek Broerestraat)
  • Beekhuysen (op den Grooten Oort)
  • Bolk (op den Grooten Oort)
  • Gerhardus Terhoeven (aan het Land van de Markt)
  • Jacob Zurich (voorheen eigenaar pothuis op de Markt)
  • Jan van Tongeren (nu eigenaar van het pothuis)
  • Engelb. opten Noorth, secretaris

Het gehele document

Voor inzage van het hele document, en een transcriptie van de tekst – zie de bijlage bij deze blog.

Verder lezen

Bronnen

Kralingen, foto van Micheile Henderson

Het adres van mijn overgrootvader

Een adres is één manier om een persoon of een stamboom wat meer tot leven te brengen. Het bevolkingsregister is vaak een goede plek om te beginnen (na 1811 natuurlijk). Als voorbeeld: mijn overgrootvader Nicolaas Overgaauw, geboren en getogen in Kralingen.

De context: Nicolaas Overgaauw

Nicolaas Overgaauw (1874-1947) was de vader van de vader van mijn moeder. Hij werd geboren op 19 augustus 1874 in Kralingen. Bij zijn geboorte was Kralingen nog een zelfstandige gemeente, maar in 1895 werd het een wijk van Rotterdam. Nicolaas werkte als klerk en administrateur, onder andere bij de gasfabriek. In 1909 trouwde hij met Barendina van der Heiden (1884-1981). Ze kregen samen drie kinderen, waaronder mijn opa, Dolf Overgaauw (1911-1997). Is dit niet een prachtige foto van het gezin? Ik denk van rond 1930.

Foto van Nicolaas Overgaauw en zijn gezin, 1930

Het gezin, van links naar rechts: Abraham Cornelis Overgaauw (1910-1996), Wilhelmina Antonia (Wil) Warnaar-Overgaauw (1916-?), Nicolaas Overgaauw (1874-1947), Barendina Jacoba Overgaauw-van der Heiden (1884-1981) en Hendrik Adolf (Dolf) Overgaauw (1911-1997).

Het document: een gezinskaart uit het Stadsarchief Rotterdam

Gezinskaarten waren tussen 1880 en 1941 een onderdeel van het bevolkingsregister. Er is een schat aan informatie op te vinden. Lees daar meer over op de website van het Stadsarchief Rotterdam. Voor dit stuk beperk ik me tot de kolom “Huizing” op de achterkant van de gezinskaart: het adres. Bij een verhuizing binnen Rotterdam werd het oude adres doorgestreept en het nieuwe adres toegevoegd. In de ruim 30 jaar tussen 1909 en 1941 heeft Nicolaas Overgaauw met zijn vrouw op 3 adressen in Kralingen gewoond: Sophiakade 9a, Jaffadwarsstraat 10 en Oudedijk 247a.

Google maps Kralingen

De drie adressen zijn snel te vinden op Google maps natuurlijk. Ze liggen dicht bij elkaar. Nog mooier is het om het op te zoeken op een kaart van rond die tijd. En er oude foto’s of prentbriefkaarten bij te zoeken.

Detail plattegrond 1920 (zie bron hier beneden)

Oude prentbriefkaarten: Links boven (of 1e foto): Oudedijk Rotterdam, 1930, gezien vanaf hoek Jericholaan (Stadsarchief Rotterdam). Links onder (of 3e foto): Oudedijk Rotterdam 1946 (SERC), Rechts boven (of 3e foto): Sophiakade 1920 (SERC). Rechts onder (of 4e foto): Sophiakade 1938 (Stadsarchief Rotterdam). Bronnen met links: zie beneden.

Dan de vergelijking met hoe het er nu uit ziet. Hoeveel is er nog bewaard uit het begin van de 20ste eeuw? Volgens de kaart van de brandgrens zouden deze straten gespaard zijn in het bombardement van Rotterdam in 1940. Maar dat wil nog niet zeggen dat de huizen ongemoeid zijn gelaten. Het liefst was ik er heen gereisd om er zelf rond te lopen. Maar in deze coronatijd kan ik het niet echt aan mezelf verkopen als een ‘noodzakelijke reis’. Dus dat moet even wachten. Nu maar mezelf tevreden stellen met Google Street View.

Bovenste rij: links: Sofiakade 2018: dat moet nieuwbouw zijn. Midden: Jaffadwarsstraat 2018: dat lijkt nog wel te kunnen voor de eerste helft van de 20ste eeuw. Rechts: Oudedijk 247a is de deur direct rechts van de sportshop, de winkel op de begane grond is veranderd, maar de gebouwen zijn hetzelfde. Onderste foto: zelfde blik als de prentbriefkaart uit 1930 hierboven, maar dan in 2018. Daar heeft mijn overgrootvader gewoond! Bron: Google Streetview.

Ter aanvulling heb ik nog de herinneringen van mijn moeder en haar zus uitgevraagd. Mijn tante kan zich de deur van het huis aan de Oudedijk nog vaag herinneren van vroeger. Later, als weduwe, woonde haar oma (Barendina dus) aan de Noorderhavenkade in Rotterdam. Haar vader (mijn opa) woonde nog aan de Oudedijk toen hij mijn oma ontmoette in de jaren ’30, bij de tennisclub in de buurt.

Ken jij Kralingen-West? Heb je foto’s of informatie over deze adressen, het liefst uit de eerste helft van de 20ste eeuw? Laat het me weten in een reactie hieronder!

Verder lezen

Bron van documenten

Foto kop: Kralingen: Photo by Micheile Henderson on Unsplash

Koepokvaccinatie in 1809

Document 1809 over koepok vaccinatie door chirurgijn Hendrik Lobberegt

Een briefje uit de begintijd van vaccinaties. De koepokvaccinatie voorkwam sterfte door pokken. Vanaf 1808 probeerde de overheid deze vaccinatie te stimuleren onder de Nederlandse bevolking. De eerste landelijke vaccinatiecampagne in Nederland.

De context: vaccinatie tegen pokken

De pokken was een gevreesde ziekte, die vooral onder kinderen en jongvolwassenen rond ging. Daarom werd hij destijds ook wel ‘de kinderziekte’ genoemd. Deze virusziekte veroorzaakte veel ziekte en sterfte. Het was opgevallen dat het doormaken van koepokken, een relatief onschuldige virusziekte, iemand beschermde tegen de ernstige vorm van pokken. Bij de vaccinatie werd pus uit koepokken ingespoten in de arm, om de ziekte koepokken te veroorzaken. Na zo’n 5-6 weken ben je daar weer van genezen, en voortaan beschermd tegen pokken.

Pokken

In november 1808 publiceerde koning Lodewijk Napoleon (koning van 1806-1810) een decreet om het gebruik van dit vaccin aan te moedigen. Hij stelde onder andere voor om het gratis beschikbaar te stellen. Alle soldaten die de kinderziekte nog niet hadden doorgemaakt moesten binnen 3 maanden gevaccineerd worden. Alle dokters en chirurgijns moesten iedere 3 maanden een rapport naar hun gemeentebestuur sturen met informatie over het aantal gevaccineerde personen. En ieder jaar zou in ieder departement een gouden medaille worden uitgereikt aan de 3 dokters of chirurgijns die de meeste personen hadden gevaccineerd, mits het meer dan 100 personen waren, en de geneesheer dat gratis had gedaan.

Koning Lodewijk Napoleon initieert een landelijke vaccinatie campagne

Het document: briefje van de chirurgijn

Hendrik Lobberegt (1770-1814) werkte als chirurgijn in Hooge en Lage Zwaluwe. Met dit briefje voldoet hij netjes aan zijn plicht om iedere 3 maanden op te geven hoeveel personen hij gevaccineerd heeft. Het aantal van 35 personen is waarschijnlijk niet slecht voor de kleine gemeenschap van Hooge en Lage Zwaluwe.

Gras-, bloei- en zomermaand zijn de namen voor april, mei en juni die koning Lodewijk Napoleon vanaf februari 1809 verplicht had gesteld. Oogstmaand staat voor augustus.

Transcriptie document

Hiermede verwittigd de ondergetekende H. Lobberegt aan het bestuur der gemeenten van Hooge en Laage Zwaluwen dat hij gedurende gras-, bloei – en zomermaand des jaars 1809, blijkens zijn gehouden dag-journal, het geluk gehad hebbe om een aantal van 35 lieden zodanig te vaccineren, dat (alhoewel er enige afwijkingen, niet merkwaardig genoeg om hier te noteren, doch waarvan de ondergetekende notitie heeft, hebben plaats gehad) er niets merkwaardigs zij voorgevallen, maar alle volgens den gewonen loop der ziekte genezen zijn. Ook hiervan geeft de ondergetekende kennis, en wenst aan het oogmerk voldaan te hebben, en tekend zich met verschuldigden eerbied. Uwe Edele onderdanige dienaar, H. Lobberegt. Hoge Zwaluwe den 25e van oogstmaand 1809.

Verder lezen

Bron van documenten
  1. Regionaal Archief Tilburg. 2500 Inventaris van het archief van het Dorpsbestuur van Hooge en Lage Zwaluwe, 1550 – 1813. Inventarisnummer 1080. Stukken betreffende de vaccinatie tegen de pokken of kinderziekte 1808, 1809.
  2. West-Brabants Archief. 0450 Archief van de stad Klundert, 1550-1810. Inventarisnummer 1564. Stukken betreffende de koepokvaccinatie 1808-1810.